In het kort
- Voor dunne pannenkoeken maak je een lopend beslag; voor dikke en Amerikaanse een dikker beslag met bakpoeder.
- Bak op middelhoog vuur in een goed voorverwarmde pan met een dun laagje vet.
- Draai pas om als de bovenkant bijna droog is en de randen loslaten.
- Een goede anti-aanbakpan maakt het keren een stuk makkelijker.
Dun en flinterdun, dik en stevig, of klein en luchtig: pannenkoeken bestaan in veel soorten, en het verschil zit vooral in het beslag. We zetten de drie bekendste op een rij, plus hoe je ze bakt.
Wat is het verschil tussen dunne, dikke en Amerikaanse pannenkoeken?
Het verschil zit in het beslag. Dunne (Nederlandse) pannenkoeken hebben een lopend beslag van bloem, melk en ei, zonder rijsmiddel. Dikke pannenkoeken gebruiken minder melk, waardoor het beslag steviger is. Amerikaanse pancakes hebben bakpoeder in het beslag, waardoor ze luchtig en dik worden in een klein formaat.
Hoe bak je dunne pannenkoeken?
Verhit de pan op middelhoog vuur en smeer hem in met een dun laagje boter. Giet een lepel beslag in het midden en draai de pan rond zodat het beslag zich dun verdeelt. Bak tot de bovenkant droog is en de randen loslaten, draai dan om en bak de andere kant kort. Houd de pan goed warm tussen de pannenkoeken door.
Hoe maak je Amerikaanse pancakes?
Maak een dikker beslag met bakpoeder en laat het kort rusten. Schep kleine plasjes beslag in de pan, zo groot als je een dikke pancake wilt. Draai ze om zodra er belletjes op het oppervlak verschijnen en de randen stevig worden. Door het bakpoeder rijzen ze tot luchtige, dikke pancakes.
Welke pan gebruik je voor pannenkoeken?
Een platte koekenpan met een goede anti-aanbaklaag en een vlakke bodem is ideaal: het beslag verdeelt zich gelijkmatig en de pannenkoek laat makkelijk los. Keer met een zachte siliconen spatel zodat je de coating niet beschadigt. Welke pan waarvoor het handigst is, lees je in onze pannengids.
Zo lukken je pannenkoeken
Kies het juiste beslag voor het type pannenkoek, houd de pan goed op temperatuur en draai pas om als de randen loslaten. Met een goede anti-aanbakpan en wat oefening bak je ze zo van de pan op het bord.