In het kort
- Klop de eieren los met een snuf zout en bak ze op middelhoog vuur.
- Gebruik een goede anti-aanbakpan en genoeg boter zodat de omelet loslaat.
- Trek de gestolde randen naar het midden zodat het vloeibare ei naar de rand loopt.
- Vouw de omelet als de bovenkant net nog iets glazig is; hij gaart na.
Een goede omelet is van buiten net gestold en van binnen nog zacht. Het geheim zit in de temperatuur en in op tijd stoppen. Zo maak je een luchtige omelet die niet aanbakt.
Hoe maak je een omelet stap voor stap?
- Klop twee tot drie eieren los met een snuf zout en peper.
- Verwarm de pan op middelhoog vuur en laat een klontje boter smelten.
- Giet de eieren in de pan en laat ze even staan.
- Trek de gestolde randen met een spatel naar het midden, zodat het vloeibare ei naar de rand loopt.
- Vouw de omelet dubbel zodra de bovenkant net nog iets glazig is.
Hoe houd je een omelet luchtig en zacht?
Bak niet op te hoog vuur en niet te lang, want dan wordt de omelet droog en rubberig. Haal hem van het vuur als de bovenkant nog een tikje glazig is: door de restwarmte gaart hij vanzelf na. Zo blijft hij zacht van binnen.
Welke pan gebruik je voor een omelet?
Een kleine tot middelgrote koekenpan met een goede anti-aanbaklaag is ideaal: de omelet laat moeiteloos los en je kunt hem makkelijk vouwen. Gebruik een zachte siliconen spatel zodat de coating heel blijft. Plakt je omelet toch steeds? Lees dan hoe je voorkomt dat een pan plakt. En voor het bakken van losse eieren is er onze gids over eieren bakken zonder aanbakken.
Zo lukt je omelet
Losgeklopte eieren, middelhoog vuur, genoeg boter en op tijd vouwen. Met een goede anti-aanbakpan glijdt je luchtige omelet zo op het bord.