In het kort
- Aardappelen koken duurt 15 tot 20 minuten heel, of 10 tot 15 minuten in stukken.
- Vastkokende aardappelen houden hun vorm (salade, gebakken), kruimige vallen uiteen (puree, stamppot).
- Met of zonder schil kan allebei: met schil blijven meer vitamines en smaak behouden, zonder schil gaat sneller.
- Zet aardappelen op in koud water en prik met een vork: geen weerstand betekent gaar.
Aardappelen koken lijkt het simpelste wat er is, maar de juiste soort en de juiste tijd bepalen of je een stevige salade krijgt of een bak met uit elkaar gevallen kruimels. We zetten de kooktijden, de soorten en de handigste tips op een rij.
Hoe lang moet je aardappelen koken?
Aardappelen koken duurt 15 tot 20 minuten als je ze heel laat, en 10 tot 15 minuten als je ze in stukken snijdt. Hoe kleiner de stukken, hoe sneller ze gaar zijn. Prik aan het einde met een vork in een aardappel: voel je geen weerstand, dan zijn ze klaar.
| Bereiding | Kooktijd |
|---|---|
| Hele aardappelen (met schil) | 18 tot 20 min |
| Aardappelen in stukken | 10 tot 15 min |
| Kleine stukken voor puree of stamppot | ongeveer 10 min |
| Krieltjes (heel, klein) | 12 tot 15 min |
Wat is het verschil tussen vastkokende en kruimige aardappelen?
Vastkokende aardappelen houden hun vorm, kruimige vallen juist uiteen. Dat verschil bepaalt waar je ze voor gebruikt. Vastkokers (zoals Nicola of Charlotte) zijn ideaal voor aardappelsalade, gebakken aardappelen en gerechten waar de aardappel heel moet blijven. Kruimige soorten (zoals Bildtstar of Eigenheimer) zijn perfect voor puree, stamppot en gerechten waar je ze toch fijnstampt.
Twijfel je? Kies vastkokend als je niet zeker weet wat je gaat maken. Die houden zich in de meeste gerechten beter dan kruimige soorten die snel papperig worden.
Moet je aardappelen met of zonder schil koken?
Allebei kan, het hangt af van wat je wilt. Met de schil eraan blijven meer vitamines en mineralen behouden, omdat er minder in het kookwater wegkookt, en de aardappel valt minder snel uit elkaar. Zonder schil koken gaat sneller en is makkelijker als je ze daarna toch gaat pureren.
Tip! Kook je met schil, boen de aardappelen dan goed schoon onder de kraan. Na het koken laat de schil zich vaak zo van de warme aardappel trekken.
Hoeveel zout doe je in het kookwater?
Voeg ruim zout toe zodra het water kookt, ongeveer een eetlepel per liter. Aardappelen nemen tijdens het koken weinig zout op, dus zonder zout in het water smaken ze al snel flauw. Doe het zout er pas in als het water kookt, dat lost het snelst op.
Zet je aardappelen op in koud of kokend water?
Zet aardappelen altijd op in koud water en breng ze daarna langzaam aan de kook. Anders dan bij pasta gaart de aardappel zo gelijkmatig van buiten naar binnen. Gooi je ze in al kokend water, dan is de buitenkant gaar terwijl de kern nog hard is.
Doe de aardappelen in een pan, giet er net genoeg koud water bij om ze onder te laten staan, en breng het geheel rustig aan de kook. Zodra het kookt, draai je het vuur iets lager zodat het water zachtjes blijft borrelen. Dezelfde aanpak, opzetten in koud water, gebruik je voor andere knollen zoals bietjes.
Hoe voorkom je dat aardappelen uit elkaar vallen?
Kies een vastkokende soort en kook ze niet te hard. Hevig kokend water beukt de aardappelen tegen elkaar, waardoor ze breken. Laat het water na het opkoken zachtjes pruttelen in plaats van wild koken. En haal ze van het vuur zodra de vork er soepel in glijdt, niet later.
Welke pan gebruik je om aardappelen te koken?
Gebruik een ruime pan met een dikke bodem, zodat de warmte gelijkmatig verdeelt en de aardappelen niet aanbranden. Voor een kleine portie volstaat een sauspan, voor grotere hoeveelheden pak je een ruime pan waar alles ruim in onder water staat. Welke pan waarvoor het handigst is, lees je in onze pannengids.
Heb je gekookte aardappelen over? Snijd ze in plakjes en bak ze de volgende dag knapperig in een koekenpan. Dat is meteen de lekkerste manier om restjes op te maken.
Zo lukt aardappelen koken elke keer
Kies de juiste soort voor je gerecht, zet ze op in koud water met ruim zout en houd het vuur rustig. Vastkokend voor stevige gerechten, kruimig voor puree en stamppot, en altijd de vorktest om te checken of ze gaar zijn. Zo houd je elke keer aardappelen over die precies doen wat je wilt.